Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2023:1470

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
18/850025-18 ontneming
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling ontnemingsbedrag bij schuldwitwassen door verhuur pand met hennepkwekerij

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 april 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor schuldwitwassen. De zaak betreft de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit huurpenningen van een pand in Foxhol waar een grootschalige hennepkwekerij werd aangetroffen.

De officier van justitie vorderde een bedrag van €156.850,00, gebaseerd op de huurinkomsten die veroordeelde ontving. De verdediging stelde zich op het standpunt dat de vordering afgewezen moest worden, mede gelet op het bepleiten van vrijspraak in de onderliggende strafzaak.

De rechtbank oordeelde dat veroordeelde pas vanaf 27 januari 2017 redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de huurpenningen uit enig misdrijf afkomstig waren. Daarom werd een bedrag van €30.000,00 (de eerste drie huurtermijnen) in mindering gebracht op het totaalbedrag, waardoor het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel €126.850,00 bedraagt.

De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 1080 dagen. De overige vorderingen van de officier van justitie werden afgewezen.

Uitkomst: Veroordeelde moet €126.850,00 betalen aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18/850025-18
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 13 april 2023 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats], wonende te [adres], hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 7 juli 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 156.850,00 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/850025-18 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 21 maart 2023, waarbij zijn gehoord de officier van justitie mr. S.M. von Bartheld, veroordeelde en zijn raadsvrouw mr. J.E. Versluis.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld moet worden op € 156.850,00. Uit het onderzoek naar de bankrekening van veroordeelde is gebleken dat hij dit bedrag aan huurpenningen heeft ontvangen voor de verhuur van het pand aan de [adres] te Foxhol.

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de door haar bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen dient te worden.

Bewijsmiddelen

Met betrekking tot het door veroordeelde verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel gebruikt de rechtbank als bewijsmiddelen:
  • de in het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 13 april 2023 in de onderliggende strafzaak opgenomen bewijsmiddelen;
  • het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 3 april 2019.

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 13 april 2023 in de zaak met parketnummer 18/850025-18 veroordeeld voor schuldwitwassen.
Op grond van deze veroordeling kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de baten van het ingevolgde dat vonnis bewezenverklaarde feit.
Veroordeelde heeft het pand aan de [adres] te Foxhol in november 2016 gekocht en hij ontving maandelijks € 10.000,00 aan huur. In het pand is op 4 juni 2018 een grootschalige hennepkwekerij aangetroffen. De rechtbank heeft in haar vonnis van 13 april 2023 vastgesteld dat de huur die veroordeelde heeft ontvangen afkomstig is uit enig misdrijf. Veroordeelde heeft in totaal € 156.850,00 aan huurpenningen ontvangen. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat veroordeelde pas vanaf 27 januari 2017 redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat de huurpenningen uit enig misdrijf afkomstig waren. De rechtbank zal derhalve de eerste drie huurtermijnen van in totaal € 30.000,00 in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank komt derhalve uit op een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 126.850,00 (€ 156.850,00 - € 30.000).

Toepassing van de wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 126.850,00.
Legt [veroordeelde] voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 126.850,00 (zegge: honderd zesentwintigduizend achthonderd vijftig euro) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.
Wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. M.B.W. Venema, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. H.R. Bracht, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 april 2023.
Mr. H.R. Bracht is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.