ECLI:NL:RBNNE:2023:1305
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen vastgestelde WOZ-waarden van drie onroerende zaken in gemeente Westerwolde
Eiser, eigenaar van drie onroerende zaken, betwist de vastgestelde WOZ-waarden per waardepeildatum 1 januari 2020. De rechtbank beoordeelt per object of verweerder de waarden niet te hoog heeft vastgesteld en of de motivering voldoet aan het motiveringsbeginsel.
Voor [A-weg] 49 concludeert de rechtbank dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling en rekening heeft gehouden met relevante factoren zoals ligging, perceelgrootte en onderhoudstoestand. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Voor [B-straat] 7 en [B-straat] 9 oordeelt de rechtbank dat de waardepeildatum correct is toegepast en dat de door verweerder gehanteerde waarderingsmethoden en factoren adequaat zijn. Wel is sprake van een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar, omdat verweerder niet direct inzichtelijk maakte hoe de waarde was opgebouwd. Dit motiveringsgebrek schaadt eiser echter niet, omdat in beroep alsnog voldoende informatie is verstrekt. Daarom blijven de WOZ-waarden gehandhaafd, maar wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten voor deze twee zaken.
De beroepen worden in alle drie de zaken ongegrond verklaard, waarmee de WOZ-beschikkingen en aanslagen in stand blijven. Verweerder moet een vergoeding van in totaal €180,20 aan eiser betalen voor griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden worden ongegrond verklaard, maar verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.