ECLI:NL:RBNNE:2023:1207
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verrekening verlofsaldo met beëindigingsvergoeding niet toegestaan onder WNT
De zaak betreft een geschil tussen een statutair bestuurder en haar voormalige werkgever, Stichting Groep Zienn-Het Kopland, over de verrekening van het verlofsaldo met de beëindigingsvergoeding binnen de kaders van de Wet Normering Topinkomens (WNT).
De bestuurder trad in 2019 in dienst en werd aangemerkt als topfunctionaris. Partijen sloten in juni 2021 een vaststellingsovereenkomst waarin werd overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2022 zou eindigen, met een beëindigingsvergoeding van €75.000 bruto minus de bezoldiging over de periode van vrijstelling van werk. De bestuurder stelde een verlofsaldo van 581,3 uur vast, maar de werkgever betwistte de verantwoording van dit saldo in het kader van de WNT, mede op advies van de accountant.
De kantonrechter stelde vast dat de WNT dwingendrechtelijke regels bevat die niet kunnen worden genegeerd, waaronder het verbod op overschrijding van het maximum aan bezoldiging en beëindigingsvergoeding. De accountant concludeerde dat het verlofsaldo niet aantoonbaar was vanwege onvoldoende en onbetrouwbare urenregistratie. Hierdoor mocht de werkgever het verlofsaldo niet verrekenen met de beëindigingsvergoeding. De vordering van de bestuurder tot betaling van het resterende bedrag werd daarom afgewezen.
Wel werd de vordering tot betaling van studiekosten voor reis- en verblijfkosten van de opleiding toegewezen, omdat deze kosten consistent werden vergoed en de werkgever geen geldige reden had om de vergoeding te weigeren. De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het resterende bedrag van de beëindigingsvergoeding wordt afgewezen wegens niet-verantwoord verlofsaldo onder de WNT; studiekosten worden wel toegewezen.