Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 februari 2021;
- de conclusie van antwoord van 28 april 2021;
- de conclusie van repliek van 21 juli 2021;
- de conclusie van dupliek van 29 september 2021.
2.De feiten
.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een incassovordering van eiser, een holding die beheeractiviteiten verricht, tegen gedaagde, bestuurder en aandeelhouder van Portofino Beheer, die failliet is verklaard. Eiser heeft een vordering gekocht van de curator uit de failliete boedel van Portofino, welke vordering gedaagde betwistte.
Gedaagde voerde meerdere verweren, waaronder het ontbreken van de vordering, het ontbreken van een rechtens te respecteren belang van eiser, misbruik van procesrecht en nietigheid van de cessie. De rechtbank oordeelde dat gedaagde het bestaan van de vordering had erkend en onvoldoende onderbouwing had gegeven voor zijn betwistingen.
Ook de nieuwe verweren die gedaagde bij dupliek voerde, werden afgewezen wegens schending van het concentratievereiste en gebrek aan bijzondere omstandigheden. De rechtbank wees de vordering toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en veroordeelde gedaagde in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter B.R. Tromp en uitgesproken op 9 maart 2022.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €76.525,43 plus rente en proceskosten na afwijzing van zijn verweren.