ECLI:NL:RBNNE:2022:5555

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 november 2022
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
LEE 22/2251
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht in bestuursrechtelijke handhavingszaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn handhavingsverzoek van 8 april 2022 door de Belastingdienst. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht van €50 niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks een aangetekende brief waarin de betaling werd geëist.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging reden voor niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank heeft daarom zonder zitting uitspraak gedaan en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 22/2251
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 november 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het door hem ingediende handhavingsverzoek van 8 april 2022.

Overwegingen

1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. Bij aangetekend verzonden brief van 5 juli 2022 heeft de griffier eiser gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en hem meegedeeld dat dit binnen twee weken moet zijn voldaan. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekende brief op 9 juli 2022 om 13:09 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.
4. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 november 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.