ECLI:NL:RBNNE:2022:5552

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 juni 2022
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
LEE 22/1631
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens reeds genomen besluit op herzieningsverzoek

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen op zijn herzieningsverzoek van 20 augustus 2021. Hij stelde dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn had beslist en stuurde een ingebrekestelling op 28 april 2022. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en constateerde dat verweerder reeds een besluit had genomen op het herzieningsverzoek, zoals blijkt uit de uitspraak op bezwaar van 3 november 2021.

Hierdoor was verweerder niet in gebreke en voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro, tweede lid. De rechtbank zag daarom geen grond om het beroep inhoudelijk te behandelen en wees het beroep af als niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Bastin op 28 juni 2022 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat reeds een besluit is genomen op het herzieningsverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 22/1631

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn herzieningsverzoek van 20 augustus 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank doet, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht. De rechtbank acht een onderzoek ter zitting niet nodig.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld (artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb). Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen (artikel 6:12, tweede lid, van de Awb).
3. Eiser heeft in zijn ingebrekestelling van 28 april 2022 en in zijn beroepschrift van 16 mei 2022 aangegeven dat hij nog geen besluit heeft ontvangen op zijn herzieningsverzoek “verzekeringsplicht [naam 1] / [naam 2] ”. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat verweerder dit heeft betrokken bij de uitspraak op bezwaar van 3 november 2021. Er is daarmee al op het herzieningsverzoek van eiser beslist.
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet in gebreke is, omdat verweerder reeds een besluit heeft genomen. Derhalve is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.