Uitspraak
Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [minderjarige A] en [minderjarige B], die onder toezicht staan vanwege zorgen over verwaarlozing en onrust in de thuissituatie bij de moeder en stiefvader. De GI stelde dat ambulante hulp onvoldoende was en dat de kinderen in een gezinshuis geplaatst moesten worden voor hun ontwikkeling en veiligheid.
Tijdens de mondelinge behandeling werden de ouders, de GI en de kinderen gehoord. De kinderen gaven aan liever thuis te blijven wonen en niet naar een pleeggezin te willen. De moeder betwistte de ernst van de zorgen en benadrukte dat een uithuisplaatsing traumatiserend zou zijn en een ultimum remedium betreft. De vader stelde voor dat de kinderen in het weekend bij hem konden verblijven.
De kinderrechter overwoog dat hoewel er zorgen zijn over de opvoedsituatie, met name over de beschikbaarheid van de moeder en de onrust door de stiefvader, deze zorgen niet zodanig zijn dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is. De situatie is verbeterd sinds de zomervakantie, de kinderen ervaren minder conflicten en willen graag thuis blijven. De kinderrechter nam ook de stem van de kinderen mee in de belangenafweging.
De kinderrechter concludeerde dat een uithuisplaatsing een te ingrijpende maatregel is die niet in het belang van de kinderen is en wees het verzoek van de GI af. De beschikking is op 2 december 2022 uitgesproken door kinderrechter J.M. Coleo-Oude Lohuis.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen is afgewezen omdat dit niet in hun belang is.