Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Hoewel vaststaat dat verdachte de loods gehuurd heeft, kan op grond van het dossier niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het opslaan en vervoeren van vaten met drugsafval. De getuigenverklaring van [naam 1] over de door hem gesignaleerde personen bij het aangaan van de huurovereenkomst, is in strijd met de verklaring van [naam 2] en bovendien kan op grond van de verklaring van [naam 1] niet vastgesteld worden of verdachte op 15 april 2020 aanwezig was bij het lossen van de vaten bij de loods. De verklaring van [naam 2] dat de vaten op 17 april 2020 al in de loods moeten hebben gestaan, maar dat hij die vaten niet gezien heeft, is onduidelijk en toont niets aan. De zich in het dossier bevindende telefoongegevens zijn niet bruikbaar voor het bewijs, nu zowel het aldaar genoemde telefoonnummer als het IMEI-nummer niet van verdachte zijn. Ook het feit dat er DNA van verdachte is aangetroffen in twee werkhandschoenen kan niet bijdragen aan de overtuiging dat verdachte betrokken is geweest bij het vervoeren en voorhanden hebben van drugsafval, nu in beide handschoenen ook DNA is aangetroffen van een onbekend gebleven persoon en zodoende de werkhandschoenen ook via deze persoon op één van de vaten met drugsafval terecht gekomen kan zijn.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 17 november 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik vanaf 15 april 2020 de loods gevestigd aan de [straatnaam] te Marum heb gehuurd. Ik ben tot 23 april 2020, de dag waarop ik vast kwam te zitten, enkele keren in de loods geweest. Het zou kunnen dat ik 11 april 2020 bij de loods ben geweest, dat weet ik niet meer. Het klopt dat ik op 17 april 2020 de sleutel van de loods was vergeten en dat ik op die dag met de eigenaar van de loods, [naam 2] , in de loods geweest ben. Als ik met een donkere jongen bij de loods ben geweest, dan was dat met [medeverdachte] .
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2020,opgenomen op pagina 1 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL01002020114618 d.d. 8 juni 2021, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op zondag 3 mei 2020 kwam er een melding binnen van de verhuurder van een loods, gevestigd aan de [straatnaam] te Marum, dat deze verhuurder daar binnen blauwe vaten had aangetroffen en dit niet vertrouwde. Op zondag 3 mei 2020, omstreeks 21.01 uur, kwamen wij, verbalisanten, ter plaatse. Toen wij de loods betraden zagen wij recht voor ons in de hoek (rechtsachter) een groot donkerkleurig zeil ergens overheen liggen. Wij hebben het zeil aan de linkerzijde benaderd, opgetild en de blauwe vaten gezien.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 9 mei 2020 metbijlagen, opgenomen op pagina 79 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 2] :
Begin april 2020 werd ik gebeld door [verdachte] . [verdachte] vertelde dat hij opslag zocht voor diverse goederen zoals aanhangwagens, luchtkussens. Ik ontmoette [verdachte] de volgende dag. Ik heb [verdachte] twee sleutels van de loods gegeven. We spraken af dat de huur per 15 april 2020 in zou gaan. Ik sprak met [verdachte] af dat ik aan het begin van iedere maand een huur van 985,- euro exclusief btw wilde hebben. Op vrijdag 17 april 2020 werd ik gebeld door [verdachte] . Hij vroeg om een reservesleutel. Bij de loods zag ik [verdachte] samen met een andere man. We zijn vervolgens nog even in de loods geweest. Achteraf kan ik u zeggen dat toen al de vaten onder het zwarte dekzeil moeten hebben gelegen. Ik heb toen de vaten niet gezien maar wel dat het zwarte dekzeil dat over de goederen lag, op dezelfde plek in de loods waar later de vaten werden aangetroffen. Op woensdag 22 april 2020 belde [verdachte] mij. Hij wilde de reservesleutel terugbrengen. Omstreeks 18.30 uur verscheen hij bij mij thuis in Drachtstercompagnie. Hij was samen met een donkergekleurde man. Zij kwamen in een blauwe Citroen C3. Ik schat deze donkere man ongeveer 40 jaar oud en zijn lichaamslengte is ongeveer 175 cm. Zij hebben mij de sleutel teruggegeven en bleven nog een tijdje praten. Mijn vrouw kreeg een raar gevoel bij die twee mannen.
Ik had aan mijn makelaar [naam 3] te Drachten, de opdracht gegeven om een huurcontract op te stellen. Op 2 mei 2020 belde [naam 3] mij. Hij kon geen Kamer van koophandel nummer vinden en geen Cor [verdachte] . Hij adviseerde mij te kijken naar "op naar groen opgelicht". Wij zagen dat [verdachte] op televisie was geweest in januari/februari ter zake oplichting. Wij wisten genoeg en ik ben samen met mijn schoonzoon en mijn vrouw direct naar Leek gereden en hebben in de loods gekeken. Hier zagen wij dus het zwarte dekzeil en mijn schoonzoon heeft onder het zeil gekeken. Hij zag er vele vaten staan.
Ik heb thuis een camera gericht op mijn terrein. Van het bezoek van [verdachte] en zijn donkergekleurde kompaan op 22 april 2020 heb ik beelden. Op de beelden is te zien dat beide mannen gebruik maakten van een Citroen C3 voorzien van het kenteken [kenteken]. U toont mij een foto. Ik herken deze man voor de volledige honderd procent als de man die zich [verdachte] noemt en waarover ik hierboven spreek. U toont mij een andere foto. Volgens mij is dit de man die bij [verdachte] was op 22 april 2020. Hij lijkt er sterk op.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 mei 2020,opgenomen op pagina 84 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Van foto A herkende getuige de afgebeelde persoon als: [verdachte] . Ik toonde hem de politiefoto van [verdachte] . Van foto B dacht getuige de afgebeelde persoon als zijnde de man met de donkere huidskleur te herkennen waarover hij in zijn verklaring sprak. Ik toonde hem de politiefoto van [medeverdachte] .
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 mei 2020,opgenomen op pagina 72 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: [naam 2] verklaarde dat op woensdag 22 april 2020 er twee mannen bij hem in Drachtstercompagnie waren gekomen om de reservesleutel van de loods terug te brengen. Ik zag dat er twee filmfragmenten en vier fotoprints op de USB stick stonden:
Camera 1: Te zien is een blauwe personenauto, Citroen C3. Later op de beelden is te zien dat het voertuig is voorzien van het kenteken [kenteken].
Camera 2: Te zien is dat er twee mannen in beeld komen. Een blanke man gekleed in een blauwe tuinbroek. Hij draagt een donkere pet. De tweede persoon is een man met donkere huidskleur gekleed in een wit shirt, blauwe spijkerbroek.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 18 januari 2021,opgenomen op pagina 154 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :
V: Volgens de eigenaar van de loods zou jij op 22 april 2020 de reservesleutel van de loods hebben teruggebracht bij hem thuis in Drachstercompagnie.
V: Op de beelden is te zien dat jullie gebruik maakten van een Citroen voorzien van het kenteken [kenteken].
V: Ik toon je nu enkele fotoprints. Deze zijn afkomstig van de bewakingscamera bij de woning van de eigenaar/verhuurder van de loods. Reageer hier eens op?
A: Dat ben ik samen met [medeverdachte]. De auto betreft de auto van de vrouw van [medeverdachte].
A: Er waren 3 sleutels in omloop. 1 lag in de loods, 1 sleutel had ik en 1 sleutel had [medeverdachte] .
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 mei 2020,opgenomen op pagina 89 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik heb telefonisch contact gelegd met dhr. [naam 1] . Samengevat hoorde ik de getuige verklaren:
Ik ben eigenaar van het bedrijf [bedrijf] gevestigd aan de [straatnaam] te Marum. Ik heb vanuit mijn kantoor zicht op de loods gelegen aan de [straatnaam] te Marum. Op een zaterdag, ik vermoed 11 april 2020, heb ik de huurbaas bij de loods gezien. Hij werd vergezeld door twee mannen. Ik kan deze als volgt omschrijven: Man 1
- Donkere huidskleur
- Ongeveer 180 cm lang
- Steviger postuur
- Ongeveer 40 jaar oud
- Blanke huidskleur
- Langer dan man 1
- Mager postuur
- Beetje junk-achtig uiterlijk
- Droeg een petje
Dit was de eerste keer dat ik beide mannen zag. Nadien heb ik ze veelvuldig bij de loods gezien. Ik had vanaf het begin al een onderbuikgevoel bij deze mannen. Ze deden overdreven vriendelijk, zwaaiden. In de dagen hierna heb ik ze meerdere keren bij de loods gezien in een blauw metallic auto. Ze hebben ook twee dagen gebruik gemaakt van een voertuig van Europcar. Vanwege het onderbuikgevoel heb ik het kenteken genoteerd. Dit betreft het kenteken [kenteken]. Ik zag dat er blauwe vaten door de twee bovengenoemde mannen uit het voertuig werden gehaald en in de loods gezet.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 mei 2020,opgenomen op pagina 92 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op donderdag 7 mei 2020 zijn door Europcar onderstaande gegevens verstrekt:
Het door u genoemde voertuig met kenteken [kenteken] werd vanaf 15 april 2020 te 08.04 uur tot en met 16 april 2020 te 17.50 uur gehuurd op naam van: [medeverdachte] .
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 mei 2020,opgenomen op pagina 44 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Wij zagen dat het 31 blauwe klemdekselvaten met een inhoudsmaat van 200 liter, 3 blauwe dopvaten met een inhoudsmaat van 200 liter, 9 jerrycans met een inhoudsmaat van 60 liter en 97 jerrycans met een variërende inhoudsmaat van 25 en 30 liter betrof. Wij zagen dat allen aan de buitenzijde vervuild waren en de ons ambtshalve bekende amfetamine geur verspreiden. Wij zagen dat het afval reeds geselecteerd en gescheiden was met betrekking tot de PH-waarde, zijnde: zuren, neutraal en basisch. Uit onderzoek bleek ons dat behoudens één dopvat, die half gevuld was met Formamide, de overige vaten en jerrycans geheel gevuld waren met synthetisch drugsafval afkomstig van de productie van BenzylMethylKeton (BMK) en amfetamine volgens de Leuckart methode.
Inventarisatielijst
SIN
LFO
Omschrijving
AAMG5918NL
Dl-A
Bruine vloeistof op een neutrale kleurloze vloeistof in een blauw 200L klemdeksel vat. Vermoedelijk afval wat past bij de omzetting naar BMK (FD-BMK)
AAMG5917NL
D2A
Bruine vloeistof op een basische kleurloze vloeistof in een blauw 200L klemdekselvat. Vermoedelijk afval wat past bij amfetamine
31 blauwe 200L klemdekselvaten
3 blauwe 200L dopvaten waarvan:
1 x, halfvol vat met kleurloze vloeistof (FD-Formamide) 2x geheel gevuld met basische vloeistof verm. Tweede fase afval amfetamine proces
9x 60L vaten geheel gevuld
97 jerrycans 25/30L allen geheel gevuld
10. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie vanVeiligheid en Justitie, zaaknummer 2020.05.20.043, d.d. 19 juni 2020, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, opgemaakt door A.B.M. van Esch - de Bruin, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat
Kenmerk
Omschrijving
Resultaat
AAMG5918NL
/ Dl-A
oranje vloeistof, volgens opgave "Bruine vloeistof op een neutrale kleurloze vloeistof in een blauw 200L klemdekselvat. Vermoedelijk afval wat past bij de omzetting naar BMK"
bevat
amfetamine en BMK In een waterige vloeistof
AAMG5917NL
/ D2-A
oranje olieachtige vloeistof en crèmekleurige drijflaag op een kleurloze vloeistof, volgens opgave "Bruine vloeistof op een basische kleurloze vloeistof in een blauw 200L klemdekselvat. Vermoedelijk afval wat past bij amfetamine" Hiervan werd de olieachtige vloeistof en de kleurloze vloeistof onderzocht.
bevat amfetamine, metamfetamine en BMK op een sterk alkalische
waterige vloeistof
Conclusie
In het onderzoeksmateriaal zijn amfetamine en metamfetamine aangetoond.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict ( [straatnaam] Marum) d.d. 7 mei 2020, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Nadat de dekkleden door mij waren verwijderd werd er een grote hoeveelheid kunststof vaten/jerrycans, van verschillend formaat, kleur en type, zichtbaar. Ter plaatse werd door mij een chemische lucht waargenomen. Op een van de ronde vaten lagen twee paar handschoenen, welke door mij veilig werden gesteld en aansluitend in beslag werden genomen.
Goednummer : PL0100-2020114618-1264827
SIN : AAJG4134NL
Object : Handschoen
Kleur : Oranje
Bijzonderheden : Op vat (loods)
Goednummer : PL0100-2020114618-1264829
SIN : AAJG4135NL
Object : Handschoen
Kleur : Oranje
Bijzonderheden : Op vat (loods)
12. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2021.04.23.137 (aanvraag 001), d.d. 28 mei 2021, opgenomen op pagina 67 e.v. van voornoemd dossier, opgemaakt door J.L.W. Dieltjes, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 1 Bemonsteringen van sporenmateriaal
SIN
Omschrijving bemonstering
AAOF3190NL#01
binnenzijde handpalmzijde vingers en aanhechting; AAJG4134NL
AAOF3191NL#01
binnenzijde handpalmzijde vingers en aanhechting; AAJG4135NL
Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
Het DNA-profiel van [verdachte] (geboren op 30 augustus 1985) is betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek vanwege een overeenkomst in de DNA-databank (zie 'DNAdatabank').
Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie van het (vergelijkend) DNA-onderzoek
SIN
DNA kan afkomstig zijn van
Bewijskracht
AAOF3190NL#01
één man:
- [verdachte]
- meer dan 1 miljard
AAOF3t91NL#01
één man (zie toelichting 1): - [verdachte]
- meer dan 1 miljard
1. Naast een relatief grote hoeveelheid DNA dat afkomstig kan zijn van [verdachte] , bevat bemonstering AAOF3191NL#01 een relatief kleine hoeveelheid DNA van minimaal één andere (een tweede) persoon. Het DNA-mengprofiel is ten aanzien van deze tweede persoon onvoldoende informatief om te kunnen vaststellen van wie dit DNA afkomstig kan zijn.