De rechtbank Noord-Nederland heeft op 10 februari 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld wegens meerdere overtredingen van de Opiumwet. De officier van justitie had een vordering ingediend tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €4.889,90, gebaseerd op verklaringen van afnemers en een rapport van de politie.
Tijdens de zitting op 27 januari 2022 verscheen de veroordeelde met zijn raadsman. De verdediging betwistte de omvang van het voordeel en stelde dat de periode korter was dan door het OM gesteld, maar erkende bereidheid tot terugbetaling. De rechtbank oordeelde echter dat de gehele ten laste gelegde periode bewezen was en baseerde de berekening op het rapport dat de totale inkomsten minus de inkoopkosten berekende.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €4.889,90 en legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 97 dagen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is een afzonderlijke rechterlijke beslissing op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.