ECLI:NL:RBNNE:2022:4282
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wegens opgelegde schadevergoedingsmaatregel
De officier van justitie vorderde op 1 juli 2022 dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde tot betaling van €277.897,33. Deze vordering betrof aanbetalingen van slachtoffers en niet betaalde omzetbelasting.
Tijdens de terechtzitting op 28 oktober 2022 verscheen de verdachte, bijgestaan door zijn advocaat. De verdediging stelde zich op het standpunt dat de ontnemingsvordering afgewezen moest worden vanwege de bepleite vrijspraak en het feit dat de vordering daarop ziet.
De rechtbank oordeelde dat de schadevergoedingsmaatregel die bij vonnis van 11 november 2022 aan de benadeelde partijen is opgelegd, gericht is op het daadwerkelijk vergoeden van hun schade. De ontnemingsmaatregel mag de inning van deze schadevergoeding niet belemmeren. Daarnaast is de fiscale wetgeving voorzien van eigen instrumenten om belastingschulden te innen, waardoor toepassing van ontneming op fiscale vorderingen uitgesloten is.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de wetsgeschiedenis die de fiscus niet als benadeelde derde aanmerkt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af vanwege de opgelegde schadevergoedingsmaatregel en het fiscale invorderingsinstrumentarium.