In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland op 17 februari 2022 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom. Verzoekers werden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden gelast om de bewoning van een bijgebouw te staken, afval te verwijderen en de inrit te verwijderen of te legaliseren. Verzoekers betwistten de last en vroegen om verlenging van de begunstigingstermijn.
De voorzieningenrechter stelde vast dat bewoning van de schuur in strijd is met het bestemmingsplan omdat binnen hetzelfde bouwvlak al een woning aanwezig is. Verweerder was bevoegd tot handhaving, maar toonde geen bereidheid om een omgevingsvergunning te verlenen. Het beroep van verzoekers op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel bood geen concreet zicht op legalisatie.
De rechter oordeelde dat het primaire besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, omdat één dwangsom was verbonden aan drie overtredingen zonder nadere onderbouwing of splitsing, en onduidelijk was welke consequenties niet-naleving van afzonderlijke lasten had. De belangen van verzoekers wogen zwaarder dan die van verweerder en derde-partij, mede omdat onvoldoende overlast was gebleken. Daarom werd de begunstigingstermijn verlengd tot één week na uitspraak op de beroepen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekers. De uitspraak is definitief en bindend, hoger beroep of verzet is uitgesloten.