De zaak betreft een verzoek tot inzage in het medisch dossier van wijlen mevrouw [C], die in 2020 overleed. Eiser, haar executeur-testamentair, vermoedt dat mevrouw [C] ten tijde van het verlenen van een volmacht en het doen van schenkingen wilsonbekwaam was, en dat er mogelijk sprake is van financieel misbruik. Hij vordert inzage in het medisch dossier om dit vermoeden te laten onderzoeken door een benoemde deskundige.
De huisarts, gedaagde, weigert inzage op grond van het medisch beroepsgeheim. De voorzieningenrechter overweegt dat inzage slechts kan worden geweigerd als er geen zwaarwegend belang is of onvoldoende concrete aanwijzingen voor wilsonbekwaamheid. Eiser heeft echter voldoende aanwijzingen aangevoerd, waaronder medische rapporten en verklaringen, die een vermoeden van wilsonbekwaamheid rechtvaardigen.
De rechtbank bepaalt dat het dossier vanaf 2011 tot aan het overlijden moet worden verstrekt aan de deskundige, inclusief een mogelijk rapport uit circa 1950. De huisarts wordt veroordeeld tot afgifte binnen 14 dagen, met een dwangsom bij niet-naleving. De kosten worden aan de huisarts opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.