Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primaire feit wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 180 uur te vervangen door 90 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie acht het passend dat het jeugdstrafrecht wordt toegepast en acht bijzondere voorwaarden niet nodig omdat verdachte al goed is ingebed in de benodigde zorg en begeleiding.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor toepassing van het jeugdstrafrecht en matiging van de straf vanwege het tijdsverloop van twee jaar. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met het reeds ondergane voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Reclassering Nederland d.d. 16 juli 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld. Verdachte heeft na een avond stappen een willekeurig slachtoffer benaderd, geslagen en van zijn telefoon beroofd. Dit is voor het slachtoffer beangstigend en bedreigend geweest. Het gaat om een ernstig feit wat dicht tegen zinloos geweld aan zit en waarbij ook nog een telefoon is weggenomen. De rechtbank rekent verdachte dit aan.
De rechtbank heeft ook gelet op het reclasseringsadvies van 16 juli 2020 waarin wordt geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen omdat verdachte jonger overkomt dan dat hij is, hij een laag IQ heeft en een belastende voorgeschiedenis. Verdachte was 21 jaar oud toen hij het bewezenverklaarde pleegde. Het Wetboek van Strafrecht geeft de rechter de mogelijkheid om rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachten en het jeugdstrafrecht toe te passen (artikel 77c). De rechtbank heeft mede gelet op het bovenstaande besloten om in dit geval van deze mogelijkheid gebruik te maken.
Voorts heeft de rechtbank gezien dat de zaak inmiddels ruim twee jaar geleden is. In de tussentijd heeft verdachte op eigen initiatief hulp en begeleiding gezocht. Het lijkt erop dat verdachte zijn leven drastisch heeft veranderd in positieve zin. Daarnaast is verdachte in de tussentijd niet opnieuw met justitie in aanraking gekomen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om bijzondere voorwaarden te koppelen aan de op te leggen straf omdat verdachte goed is ingebed in de benodigde hulpverlenging.
Alles afwegende, is naar het oordeel van de rechtbank een forse onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden.