Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil
5.Beslissing
fn: 889)
Rechtbank Noord-Nederland
De man vordert in kort geding vervangende toestemming voor inschrijving van zijn minderjarige kinderen op zijn adres en op een andere school. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder met een hoofdverblijfplaats bij haar en zijn onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling (GI). Er loopt een perspectiefonderzoek naar het opgroeiperspectief van de kinderen dat naar verwachting in oktober 2022 wordt afgerond.
De vrouw betwist het spoedeisend belang van de man en stelt dat de lopende kinderrechterlijke beslissingen gevolgd moeten worden. De voorzieningenrechter overweegt dat de procedure op grond van artikel 1:253a BW de aangewezen weg is voor een zorgvuldige belangenafweging en dat een kort geding daarvoor niet geschikt is.
De voorzieningenrechter acht het onvoldoende dat de man moeilijkheden ondervindt bij het brengen en halen van de kinderen om een onmiddellijke voorziening te treffen. Ook is het hoofdverblijf nog bij de vrouw en is er geen machtiging tot uithuisplaatsing voor een volledig verblijf bij de man. De vordering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek van de man af wegens gebrek aan spoedeisend belang.