Eiseres heeft op 1 december 2020 een verzoek ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen tot herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 1 mei 2021 medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een compensatiebedrag, maar dat de situatie nog niet volledig was beoordeeld. De beslistermijn werd op 26 mei 2021 met een half jaar verlengd, waardoor uiterlijk op 1 december 2021 een besluit had moeten volgen.
Verweerder heeft echter niet binnen deze termijn beslist, waarop eiseres op 22 februari 2022 verweerder in gebreke stelde. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank erkent de bijzondere omstandigheden, waaronder het grote aantal herbeoordelingsverzoeken en de zorgvuldige procedure die verweerder volgt, en stelt een nieuwe uiterlijke beslistermijn van 12 weken na de uitspraak, te weten 21 oktober 2022. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- opgelegd voor verdere overschrijding. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.