De moeder van de minderjarige is op 17 juli 2022 overleden. Voor haar overlijden oefenden de ouders gezamenlijk het gezag uit over het kind. De moeder had in haar testament en in het gezagsregister vastgelegd dat zij wenste dat de stiefvader, haar echtgenoot, samen met de vader het gezag zou uitoefenen na haar overlijden.
Na het overlijden van de moeder oefent de vader op grond van artikel 1:253f BW het eenhoofdig gezag uit. Zowel de vader als de stiefvader hebben verzocht om gezamenlijk gezag over de minderjarige te krijgen. De stiefvader zorgt al acht jaar voor het kind en het is de bedoeling dat het kind bij hem blijft wonen, waarbij hij de dagelijkse beslissingen neemt en belangrijke beslissingen samen met de vader neemt.
De rechtbank heeft op 23 augustus 2022 de zaak mondeling behandeld, waarbij ook de minderjarige is gehoord. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd het gezamenlijke gezag toe te wijzen. De rechtbank acht het gezamenlijk gezag in het belang van het kind en wijst het toe. De beschikking is op 25 augustus 2022 gegeven en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.