Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis in kort geding van 22 augustus 2022 in de zaak van
[naam man] ,
[naam vrouw] ,
Het procesverloop
De feiten
De beoordeling
De beslissing
fn: MFdV)
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een geschil over de naleving van een door de rechtbank vastgestelde omgangsregeling tussen een vader en zijn vierjarige kind, waarbij de moeder weigert mee te werken. De omgangsregeling is in november 2021 vastgesteld en bepaalt dat de vader het kind eens per twee weken maximaal twee uur onder begeleiding mag ontmoeten. Ondanks schriftelijke aanwijzingen en dwangsommen blijft de moeder de omgangsregeling negeren en weigert zij elk contact met de gecertificeerde instelling (GI).
De voorzieningenrechter overweegt dat rechterlijke uitspraken nagekomen moeten worden en dat lijfsdwang als laatste redmiddel kan worden ingezet vanwege het vrijheidsbenemende karakter. De belangen van het kind wegen zwaar, waarbij het contact met de vader essentieel wordt geacht voor zijn ontwikkeling, ondanks de beperkte omgangsduur. De Raad voor de Kinderbescherming en de GI adviseren de vordering toe te wijzen, met een beperking van de duur van de lijfsdwang tot 24 uur per overtreding.
De moeder heeft aangegeven de dwangsommen op de koop toe te nemen en biedt onvoldoende verhaal voor incasso. De voorzieningenrechter acht de afwijzende houding van de moeder zorgelijk, omdat zij de hulpverlening blokkeert en daarmee de ontwikkeling van het kind bedreigt. Gezien het falen van minder ingrijpende middelen en het belang van het kind, wordt de vordering toegewezen met een beperking van de lijfsdwang tot maximaal drie keer. Tevens worden de kosten van de procedure aan de moeder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot naleving van de omgangsregeling met toepassing van lijfsdwang tot maximaal 24 uur per overtreding en maximaal drie keer.