Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
12.augustus 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
denktdat hij op dat moment door [slachtoffer 2] in zijn buik is geslagen, maakt dit niet anders. Op grond van verdachtes eigen verklaringen kan namelijk niet worden vastgesteld welke handelingen hij dan precies zou hebben verricht ten opzichte van [slachtoffer 2] en uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt niet dat verdachte op welke manier dan ook haar heeft tegengehouden (of dit heeft geprobeerd) door te trekken, te duwen of haar vast te houden. Ook de getuigenverklaringen in het dossier werpen geen ander licht op de zaak. Getuige [naam 1] heeft beschreven dat hij drie mannen heeft gezien. Eén van de mannen heeft met een wapen een agent aangevallen met een hakkende beweging. De tweede man stond erbij te kijken op een afstand. Hij deed verder niks. Deze man was langer dan de aanvaller. Getuige [naam 2] heeft twee agenten en twee jongens gezien. Eén van de jongens stond dichtbij de agenten en de andere jongen stond er wat verder vanaf. Hij was passief. Getuige [naam 3] heeft verklaard dat ze zag dat de vrouwelijke agent een persoon probeerde vast te pakken. Een tweede man stond bij de mannelijke agent. Uit het niets zag getuige [naam 3] dat de tweede man een stekende beweging maakte in de richting van de mannelijke agent. De man die aan het worstelen was met de vrouwelijke agent zou kleiner zijn geweest dan de man die de mannelijke agent aanviel. De rechtbank overweegt dat naast beide aangevers, verdachte en medeverdachte ook getuigen [naam 2] en [naam 1] hebben beschreven dat [slachtoffer 1] door de kleinere man ([medeverdachte]) is aangevallen en dat de lange tweede man (verdachte) op een afstandje heeft gestaan en dat hij geen fysieke of verbale bijdrage heeft geleverd aan het geweld. De rechtbank schuift daarom de voor verdachte belastende verklaring van getuige [naam 3], die noch past bij de verklaringen van aangevers, noch bij die van de andere getuigen, als niet aannemelijk terzijde.