ECLI:NL:RBNNE:2022:2753
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.A.A. van Capelle
- H.R. Bracht
- H. Supèr
- Rechtspraak.nl
Veroordeling brandstichting met oplegging tbs-maatregel en gevangenisstraf
Verdachte heeft op 13 mei 2021 opzettelijk brand gesticht in een schuur op het terrein van een zorginstelling, waarbij gemeen gevaar voor goederen bestond. De schuur brandde volledig uit en andere bewoners verbleven in een nabijgelegen gebouw, waardoor gevoelens van onrust en angst ontstonden. De brandstichting werd kennelijk uit wraak gepleegd, wat het feit extra kwalijk maakt. Verdachte toonde geen berouw en dreigde herhaling.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de brandstichting heeft gepleegd en veroordeelde haar tot een gevangenisstraf van 440 dagen, gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis, met aftrek conform artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht. Daarnaast werd een tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd, gemaximeerd op vier jaar, vanwege de complexe psychische problematiek, het hoge recidivegevaar en de noodzaak de maatschappij te beschermen.
De psychologische rapporten toonden onder meer een licht verstandelijke beperking, mogelijk autismespectrumstoornis, diverse persoonlijkheidskenmerken en stoornissen in middelengebruik. Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht. De rechtbank wees een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel af, omdat op dit moment geen juridisch kader voor behandeling na de tbs noodzakelijk is.
Een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege de reeds door verdachte doorgebrachte lange voorlopige hechtenis. De rechtbank concludeerde dat de straf en maatregel passend en noodzakelijk zijn gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 440 dagen gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor maximaal vier jaar.