De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 februari 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een lerares die wordt verdacht van ontucht met twee minderjarige leerlingen van een school voor speciaal onderwijs in Assen. De feiten betreffen seksuele handelingen gepleegd in de periode van september 2018 tot januari 2020.
De rechtbank achtte de ontucht met beide minderjarige leerlingen wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de tenlastegelegde geslachtsgemeenschap, waarvoor verdachte werd vrijgesproken. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de slachtoffers, getuigenverklaringen en de eigen bekentenis van verdachte over het overige bewezenverklaarde.
De rechtbank overwoog dat ondanks wederzijdse instemming, het grote leeftijdsverschil en de afhankelijkheidsrelatie tussen docent en leerling de seksuele handelingen strijdig zijn met de sociaal-ethische normen en schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van de leerlingen. Verdachte heeft het vertrouwen van de school en ouders geschonden en heeft gedurende de periode niet zelfstandig gestopt.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het belang van haar jonge kinderen en de impact van de strafzaak op haar leven, legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een onvoorwaardelijke taakstraf van 100 uur op. Een beroepsverbod werd niet opgelegd omdat verdachte waarschijnlijk niet meer in het onderwijs zal werken.