Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- zijn penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of
- de vagina van die [slachtoffer] gelikt;
Rechtbank Noord-Nederland
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens twee ten laste gelegde feiten van ontuchtige handelingen met een minderjarige, gepleegd tussen 2012 en 2016 in de gemeente De Marne. De feiten betroffen onder meer seksueel binnendringen en orale handelingen met het slachtoffer, dat destijds tussen twaalf en zestien jaar oud was.
Tijdens de terechtzitting op 14 juni 2022 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd, evenals de verdediging. De rechtbank heeft de verklaringen van de aangeefster en verdachte tegen elkaar afgewogen, waarbij zij rekening hield met artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat bewijs niet uitsluitend op één getuigenverklaring mag berusten zonder voldoende steunbewijs.
De rechtbank concludeerde dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs in het dossier en bovendien niet op alle onderdelen consistent was. Hierdoor kon niet met voldoende overtuiging worden vastgesteld dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan. Daarom verklaarde de rechtbank de feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen met een minderjarige.