ECLI:NL:RBNNE:2022:1970
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel vastgesteld op 9000 euro
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 juni 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen de veroordeelde, die werd verdacht van verschillende strafbare feiten met betrekking tot drugshandel en diefstal. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €18.000, gebaseerd op de verklaring van de veroordeelde zelf.
Tijdens de zitting verklaarde de veroordeelde dat hij €18.000 had verdiend met de handel in verdovende middelen, maar ook dat hij een deel van deze opbrengst opnieuw investeerde in drugs en kosten voor levensonderhoud en schulden betaalde. In de woning van de veroordeelde werden aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen, met een geschatte waarde van €9.000, die werden onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank overwoog dat hoewel verliesgevende omstandigheden normaal gesproken niet in mindering worden gebracht op het voordeel, de onttrekking aan het verkeer van drugs in dit geval wel in aanmerking moet worden genomen om het rechtsherstellende karakter van de maatregel te waarborgen. Daarom werd de betalingsverplichting vastgesteld op €9.000, de helft van het geschatte voordeel. De rechtbank hield geen rekening met bedragen die voor levensonderhoud of schulden werden gebruikt omdat deze wel degelijk voordeel opleverden.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en de veroordeelde werd verplicht tot betaling van €9.000 aan de staat, met een maximale gijzelingstermijn van 180 dagen bij niet-betaling.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €9.000 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.