Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Motivering
3.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn in 2003 in Somalië gehuwd en wonen met hun kinderen sinds enige tijd in Nederland. De rechtbank onderzocht welk recht van toepassing is op het gezag over de kinderen, waarbij het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) advies gaf over de cumulatie van Somalisch en Nederlands recht. Volgens Somalisch recht heeft de moeder de 'hadana' (dagelijkse zorg) en de vader de 'wilaya' (vaderlijke macht). Volgens Nederlands recht hebben beide ouders gezamenlijk gezag.
De rechtbank concludeerde dat door het verblijf in Nederland een cumulatie van gezagsrechten bestaat. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag en vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar, vanwege het ontbreken van communicatie en betrokkenheid van de vader, en huiselijk geweld jegens de moeder.
De rechtbank oordeelde dat wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is en dat de vader feitelijk geen gezag meer uitoefent. Daarom werd het gezamenlijk gezag beëindigd en werd het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. Tevens werd de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en kent de moeder het eenhoofdig gezag en de hoofdverblijfplaats van de kinderen toe.