ECLI:NL:RBNNE:2022:1514
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De officier van justitie had een vordering ingediend tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €108.847,00, gebaseerd op witwassen van gelden uit factuurfraude. Deze vordering betrof het voordeel dat zou zijn verkregen door veroordeelde in de periode van september tot november 2016.
Tijdens de behandeling van de zaak op 15 maart 2022 bereikten de officier van justitie en de verdediging overeenstemming om de vordering af te wijzen, mede gelet op recente jurisprudentie omtrent voordeel uit witwassen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 7 april 2022.
Bij vonnis van 21 april 2022 was veroordeelde reeds veroordeeld voor gewoontewitwassen. Echter, de rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel had verkregen uit de ten laste gelegde feiten of andere feiten.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 12 mei 2022.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.