De minderjarige dochter staat onder toezicht van de gezinsvoogd en verblijft in een pleeggezin. De vader heeft recht op omgang, maar het contact met hem komt niet op gang. De vader stelt dat de gezinsvoogd onrechtmatig het contact belemmert, terwijl de gezinsvoogd aangeeft dat vertrouwen en samenwerking nodig zijn en dat de moeder toestemming moet geven.
De rechtbank overweegt dat de vader een spoedeisend belang heeft bij omgang en dat de door de gezinsvoogd aangevoerde redenen voor het uitblijven van contact door de vader gemotiveerd zijn weerlegd. De communicatie verloopt moeizaam, maar er is geen aanwijzing voor een onrechtmatige daad door de gezinsvoogd. Wel is het tegenhouden van omgang op langere termijn onrechtmatig.
De rechtbank beveelt de gezinsvoogd om uiterlijk 15 april 2022 een plan van aanpak te maken met drie begeleide omgangsmomenten, waarvan de eerste uiterlijk 15 mei 2022 en de derde uiterlijk 15 juni 2022 plaatsvindt. De verdere invulling van de omgang wordt aan de gezinsvoogd overgelaten. De vorderingen tot dwangsom en proceskosten worden afgewezen.