ECLI:NL:RBNNE:2022:1315
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.S. van der Kuijl
- O.J. Bosker
- H. Supér
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Op 26 april 2022 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van feitelijke aanranding van de eerbaarheid door het geven van een ontuchtige tongzoen aan het slachtoffer in een horecagelegenheid te Groningen op of omstreeks 23 augustus 2020.
De officier van justitie vorderde een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, onderbouwd met verklaringen van het slachtoffer, een barvrouw, DNA-onderzoek en het telefoonnummer van het slachtoffer op de telefoon van verdachte. De verdediging voerde aan dat de kus amicaal was zonder seksuele intentie en dat onvoldoende bewijs bestond voor een ontuchtige handeling.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Hoewel verdachte het slachtoffer een zoen op de mond heeft gegeven, ontbrak bewijs dat dit een tongzoen of ontuchtige handeling betrof. De omstandigheden en het dossier boden onvoldoende aanwijzingen dat de zoen in strijd was met de sociaal-ethische norm.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feit niet bewezen was. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging en verwierp de civiele vordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid.