Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.Het gewijzigde verzoek van de man
3.De beoordeling
4.De beslissing
woensdag 10 maart 2021in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn op 8 januari 2019 een geregistreerd partnerschap aangegaan zonder partnerschapsvoorwaarden, waardoor de Wet beperkte gemeenschap van goederen van toepassing is. De vrouw verzocht tot ontbinding en de rechtbank heeft dit op 18 november 2020 uitgesproken, met inschrijving op 8 december 2020.
De rechtbank beoordeelde de verdeling van roerende zaken en schulden. De vrouw kreeg toegewezen de door haar opgegeven inboedel, waaronder de televisie en koelkast, en een bedrag van €5.000,- werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Schulden bij Wehkamp, De Friesland Zorgverzekeraar en ouders van de man werden verdeeld volgens de gemeenschap, waarbij de vrouw voor de helft draagplichtig is. De lening bij Santander werd niet toegerekend aan de vrouw.
Ten aanzien van partneralimentatie stelde de rechtbank de behoefte van de vrouw vast op basis van het gezamenlijke inkomen in 2019, maar concludeerde dat de man geen draagkracht heeft om bij te dragen. Het verzoek tot partneralimentatie werd daarom afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een regresvordering voor de man indien hij meer dan de helft van de schulden voldoet.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot partneralimentatie af wegens het ontbreken van draagkracht bij de man en verdeelt de gemeenschap volgens de Wet beperkte gemeenschap van goederen.