Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 oktober 2020,
- de akte tevens houdende een productie van 27 januari 2021 van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2021 ter gelegenheid waarvan partijen zittingsaantekeningen in het geding hebben gebracht en van welke zitting de griffier aantekening heeft gehouden.
2.De feiten
22 maart 2008 met een katheter naar huis.
te weten professor dr. [naam 7] (uroloog, hierna te noemen: prof. [naam 7] ), over de aan deze deskundige te stellen vragen alsmede over het voor te leggen medisch dossier waarop het onderzoek diende te worden gebaseerd.
Dhr. [naam 8] (hierna ook wel: de verzekeringsarts) heeft namens [eiser] op dat rapport gereageerd bij brief van 6 mei 2015. Deze brief is op 30 juni 2015 door de belangenbehartiger van [eiser] aan prof. [naam 7] doorgestuurd. Martini Ziekenhuis c.s. hadden geen vragen of opmerkingen naar aanleiding van de conceptrapportage.
Er is in het verleden wel gekeken of het zinvol is om voor de operatie met de bladderscan te controleren of de blaas inderdaad leeg is: gebleken is dat dit weinig opleverde en geen aanleiding vormde om het pre-operatieve protocol aan te passen.
Er is geen protocol dat voorschrijft bij dergelijke ingrepen altijd een blaascatheter in te brengen.
Bij conversie van een laparoscopische ingreep naar een open procedure is het theoretisch wellicht wenselijk om betrokkene een blaascatheter te geven: in de praktijk wordt hier om diverse redenen meestal van afgezien (men wil door met de ingreep, er is dan sprake van een veranderde situatie en anesthesist en operateur hebben dan andere 'zorgen', het is lastig om bij een patiënte die al steriel is afgedekt alsnog een blaascatheter in te brengen e.d.).
Over het altijd geven van een catheter bij abdominale ingrepen bestaan uiteenlopende meningen.
4.De beoordeling
Inleiding
1.390,00(2 punten x 695,00)