Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Betreft: [adres]
Verhuurder verhuurt aan Huurder en Huurder huurt van Verhuurder de bedrijfsruimten bestaande uit de Dagruimte en de Woonunits en de daarbij behorende (fietsen)berging en buitenruimte, plaatselijk bekend[adres](…)”
woningin de zin van post 21 van onderdeel b van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB, tekst 2014) behorende tabel I (hierna aangeduid als tabelpost b-21). Kort gezegd betekent de kwalificatie als woning in de zin van tabelpost b-21 dat op de arbeidscomponent van herstel en renovatie het verlaagde tarief van (destijds) 6 % van artikel 9, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet OB van toepassing is.
Kamerstukken II2012/13, 33 637, nr. 3, p. 13) is – voor zover hier van belang – de volgende artikelsgewijze toelichting opgenomen:
Het opnemen van post 21 in tabel I, onderdeel b, behorende bij de Wet OB 1968 heeft betrekking op het per 1 maart 2013 tijdelijk onder het verlaagde btw-tarief brengen van renovatie en herstel van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming van die woningen, met uitzondering van materialen die een deel vertegenwoordigen van de waarde van deze diensten. Conform de BTW-Richtlijn strekt het verlaagde btw-tarief zich uit tot alle renovatie- en herstelwerkzaamheden die in of aan een woning worden verricht.
aardvan de gebouwen ook in objectieve zin is veranderd. De rechtbank acht evenmin aannemelijk gemaakt dat eiseres op het toetsmoment al aan de binnenzijde van de gebouwen voorzieningen had getroffen om de schuren geschikt te maken voor bewoning. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de schuren dan ook niet aangemerkt worden als woning in de zin van tabelpost b-21.
Panden die deels als woning en deels als bedrijfspand worden gebruikt (bijvoorbeeld woon/winkelpanden) mogen in hun geheel als woning worden aangemerkt. Daarbij geldt de voorwaarde dat die panden voor meer dan 50% voor particuliere bewoning worden gebruikt. Bij een percentage van 50% of minder mag het deel dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt voor de toepassing van het tarief worden afgesplitst.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 124.168;
- vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.083,68.