Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
onder 1 bewezen verklaarde(poging doodslag) met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
onder 2 bewezen verklaarde(wederspannigheid) als volgt.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Motivering straf en maatregel
- 93 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede de bijzondere voorwaarde van een meldplicht bij de Jeugdreclassering, met daarbij toezicht en begeleiding van de Jeugdreclassering;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de gedragsbeïnvloedende maatregel en de te stellen voorwaarden bij de jeugddetentie.
- het Pro Justitia d.d. 9 september 2020 opgemaakt door gedragsdeskundige D. Breuker,gezondheidszorg- en forensisch psycholoog;
- het werkplan van de Jeugdbescherming Noord d.d. 12 februari 2021;
- het ondertekende adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 15 juni 2021.
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van één jaar.
- leren van delict;
- psycho-educatie;
- psycho-traumatherapie;
- systeembehandeling;
- (elementen van de)TOPs training (groepstraining voor jongeren met antisociaalen delinquent gedrag);
- (elementen van) Brains 4 Use (terugdringen drugs- en alcoholgebruik).
een jeugddetentie voor de duur van 33 dagen.
30 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot enmet het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
[slachtoffer]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
[slachtoffer]te betalen een bedrag van
€ 1.120,00(zegge: elfhonderd twintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2020. Dit bedrag bestaat uit € 120,00 aan materiële schade en € 1.000 aan immateriële schade.