Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Beoordeling
3.De beslissing
mr. C.W. Couperus-Van Kooten en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2021.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster heeft op 14 september 2021 een verzoek tot wraking ingediend tegen mr. M.S. van den Berg, rechter in de procedure met registratienummer LEE AWB 20/577. Dit verzoek is een herhaling van een eerder wrakingsverzoek dat op 10 september 2021 door de wrakingskamer reeds niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-tijdigheid en het ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid van de rechter zouden aantonen.
De rechtbank overweegt dat het nieuwe verzoek eveneens niet tijdig is gedaan en geen nieuwe feiten bevat die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Daarom wordt verzoekster opnieuw niet-ontvankelijk verklaard zonder mondelinge behandeling.
Gezien de stapeling van wrakingsverzoeken en het oneigenlijk gebruik van deze procedure, bepaalt de rechtbank op grond van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek en verdere wrakingsverzoeken worden uitgesloten.