De man verzocht de rechtbank om beëindiging van zijn partneralimentatieverplichting omdat de vrouw samenleeft als ware zij gehuwd. Na het indienen van dit verzoek is de man overleden. De rechtbank ontving een bericht van de advocaat van de man met de akte van overlijden en informatie over de erfgenamen, bestaande uit drie meerderjarige kinderen en een geregistreerd partner.
De advocaat gaf aan dat mogelijk drie erfgenamen de procedure wilden voortzetten, maar trok vervolgens het verzoek in zonder gemotiveerde toelichting of bewijs van bevoegdheid. De rechtbank oordeelde dat een dergelijke intrekking niet volstaat zonder dat vaststaat dat de erfgenamen afzien van voortzetting. Daarom werd de advocaat opgedragen de namen en adressen van alle erfgenamen te overleggen met bewijs, zoals een verklaring van erfrecht.
De rechtbank besloot de zaak niet als ingetrokken te beschouwen, de erfgenamen aan te schrijven om te vragen of zij de procedure willen voortzetten en stelde een nieuwe pro forma datum vast. De beslissing werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer te Leeuwarden op 19 mei 2021.