ECLI:NL:RBNNE:2021:5640

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 mei 2021
Publicatiedatum
11 maart 2022
Zaaknummer
171005
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:160 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over voortzetting procedure na overlijden verzoeker in partneralimentatiezaak

De man verzocht de rechtbank om beëindiging van zijn partneralimentatieverplichting omdat de vrouw samenleeft als ware zij gehuwd. Na het indienen van dit verzoek is de man overleden. De rechtbank ontving een bericht van de advocaat van de man met de akte van overlijden en informatie over de erfgenamen, bestaande uit drie meerderjarige kinderen en een geregistreerd partner.

De advocaat gaf aan dat mogelijk drie erfgenamen de procedure wilden voortzetten, maar trok vervolgens het verzoek in zonder gemotiveerde toelichting of bewijs van bevoegdheid. De rechtbank oordeelde dat een dergelijke intrekking niet volstaat zonder dat vaststaat dat de erfgenamen afzien van voortzetting. Daarom werd de advocaat opgedragen de namen en adressen van alle erfgenamen te overleggen met bewijs, zoals een verklaring van erfrecht.

De rechtbank besloot de zaak niet als ingetrokken te beschouwen, de erfgenamen aan te schrijven om te vragen of zij de procedure willen voortzetten en stelde een nieuwe pro forma datum vast. De beslissing werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer te Leeuwarden op 19 mei 2021.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en verzoekt om nadere gegevens en bewijs van erfgenamen alvorens te beslissen over voortzetting van de procedure.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/171005 / FA RK 20-68
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 19 mei 2021
inzake
wijlen [de man],
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de man,
advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A. van der Pol, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 24 februari 2021, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd, is de zaak verwezen naar de pro forma datum van 25 maart 2021, met opdracht aan de advocaat van de man zich uit te laten, zoals in overweging 2.2. in deze beschikking is opgenomen.
1.2.
De rechtbank heeft nadien kennis genomen van:
- een bericht van mr. H. de Jong van 10 maart 2021 met bijlagen (waaronder de akte van overlijden van de man), inkomen op 11 maart 2021, tevens per fax ontvangen op 10 maart 2021;
- een intrekkingsbericht van mr. H. de Jong van 24 maart 2021, ingekomen op diezelfde datum.
1.3.
De zaak is pro forma behandeld op 25 maart 2021.

2.Beoordeling

2.1.
Gelet op de aanwezige bescheiden, overweegt de rechtbank als volgt.
2.2.
Mr. de Jong heeft bij brief van 10 maart 2021 de rechtbank meegedeeld, dat er in principe vier erfgenamen van de man zijn: de 3 meerderjarige kinderen [kind 1] [kind 2] en [kind 3] en de geregistreerd partner [x] . Volgens mr. De Jong zouden de twee zoons en [x] de procedure in rechte willen voortzetten, maar dit is nog niet helemaal duidelijk. Mr. de Jong verzoekt de rechtbank daarom de zaak aan te houden tot een pro formazitting over vier weken, zodat één en ander dan hopelijk duidelijk is en de notaris een verklaring van erfrecht kan opstellen.
2.3.
Na aanhouding tot de pro formazitting van 25 maart 2021 heeft mr. De Jong bij bericht van 24 maart 2021 de zaak ingetrokken.
2.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Mr. de Jong trekt bij bericht van 24 maart 2021 het verzoek van de man in, terwijl mr. De Jong eerder bij brief van 10 maart 2021 heeft meegedeeld, dat wellicht drie erfgenamen de procedure willen voortzetten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat mr. De Jong dan ook niet kan volstaan met een (wederom) ongemotiveerde intrekking van het verzoek. Niet is immers gebleken dat hij daartoe bevoegd is. Dit is alleen het geval als voor de rechtbank vast staat dat de erfgenamen ervan afzien de procedure over te nemen.
2.5.
De rechtbank zal mr. De Jong opdragen de namen en adressen van alle erfgenamen aan de rechtbank te verstrekken met bewijs dat dit ook de erfgenamen zijn, bijvoorbeeld door het overleggen van een verklaring van erfrecht.
De rechtbank zal daarna de erfgenamen aanschrijven met de vraag of zij de procedure willen overnemen en zo ja, dan dient een advocaat zich voor hem/haar te stellen. Gelet op voorgaande zal de rechtbank op dit moment de zaak dan ook niet als ingetrokken beschouwen.
2.6.
De rechtbank beslist als volgt.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verwijst de zaak naar de pro forma datum van
24 juni 2021;
3.2.
draagt mr. H. de Jong op uiterlijk twee weken vóór deze pro forma datum, zijnde uiterlijk
10 juni 2021, zich uit te laten zoals in overweging 2.5. hierboven is overwogen en de daarbij behorende bewijsstukken over te leggen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. M. van der Hoeven, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op
woensdag 19 mei 2021in tegenwoordigheid van de griffier.
fn: 433