Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
cjib zaaknummer 1505254001263413
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 29 september 2021 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis tegen veroordeelde, opgelegd door het Hof van beroep te Gent, België, wegens cybercrime. Veroordeelde was veroordeeld tot een geldboete van €1.200, vermeerderd met kosten en een bijdrage aan slachtofferhulp, totaal €3.182,90, onherroepelijk sinds 3 oktober 2017.
Het CJIB had meerdere brieven verzonden naar het woonadres van veroordeelde om betaling te incasseren, zonder resultaat. De verdediging stelde dat veroordeelde niet op de hoogte was van de sanctie door onvermogen en mogelijke postbezorgingsproblemen. De officier van justitie toonde aan dat de brieven correct waren verzonden en dat geen verhaal mogelijk was via beslaglegging.
De rechtbank oordeelde dat de misslag in het certificaat omtrent de sancties niet tot afwijzing leidt, omdat dit een kenbare fout betreft die verbeterd had kunnen worden. Veroordeelde kon geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan zijn ontslagbrief dat geen sancties meer openstonden. De rechtbank concludeerde dat voldoende inspanningen waren verricht om de sanctie te innen en veroordeelde had kunnen weten van de sanctie.
De rechtbank bepaalde de duur van de vervangende hechtenis op 22 dagen, gebaseerd op de oorspronkelijke boete van €1.200, conform de Nederlandse maatstaf van één dag hechtenis per €50 boete. De vordering werd toegewezen en de beschikking in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en bepaalt de duur van de vervangende hechtenis op 22 dagen.