Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Vaststaande feiten
3.Het geschil in conventie
4.De standpunten van partijen en de beoordeling daarvan in conventie
5.Beslissing
fn: 794)
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben drie minderjarige kinderen. Na hun feitelijk uiteengaan in 2021 ontstond onenigheid over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van de kinderen. De man verhuisde met twee kinderen zonder toestemming van de vrouw naar een andere woonplaats en schreef hen in op andere scholen. De vrouw vorderde in kort geding onder meer terugverhuizing en het verbod op wijziging van schoolinschrijving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de man zonder toestemming handelde en dat de verhuizing en schoolwisselingen schadelijk zijn voor de kinderen, mede gelet op hun persoonlijke omstandigheden en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De man werd gelast binnen vier weken terug te verhuizen en werd verboden de kinderen op andere scholen in te schrijven. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot wijziging van de voorlopige zorgregeling omdat zij de weg van artikel 822 Rv Pro had moeten volgen.
De proceskosten werden gecompenseerd vanwege het familiale karakter van de zaak en de gedeelde verantwoordelijkheid van partijen. De voorzieningenrechter benadrukte de noodzaak van overleg en hulpverlening om de belangen van de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: De man wordt gelast binnen vier weken terug te verhuizen met de kinderen en verboden hen op andere scholen in te schrijven; de vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot wijziging van de zorgregeling.