Verzoekster, een onderneming in goederenvervoer, heeft een WHOA-procedure gestart met het doel een onderhands akkoord aan te bieden voor een gecontroleerde afwikkeling van haar onderneming. Zij verzocht om een afkoelingsperiode en de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige om het akkoordproces te begeleiden.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster niet meer in staat is haar lopende verplichtingen te voldoen, mede door een structureel maandelijks tekort en afhankelijkheid van vooruitbetalingen van opdrachtgevers. Er ontbrak een kasstroomprognose en de BTW-teruggave en loonheffingen waren niet volledig in de cijfers verwerkt.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is aangetoond dat met een akkoord buiten faillissement een beter resultaat kan worden bereikt dan bij faillissement. De overwaarde op lease-vrachtwagens en openstaande debiteuren vormen hetzelfde actief als bij faillissement. Bovendien biedt faillissement meer waarborgen voor onderzoek naar bestuurdersaansprakelijkheid en Paulianeuze transacties.
Daarom wees de rechtbank zowel het verzoek tot afkoelingsperiode als het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige af. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van verzoekster.