Stichting het Klaarkampster Weeshuis maakte bezwaar tegen de toedeling van een specifiek perceel (RIE00XY001031) in het ruilplan Franekeradeel-Harlingen, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Fryslân. Het Weeshuis wenste in plaats daarvan toedeling van een ander perceel (RIE00XY00089), zoals in het ontwerp-ruilplan was opgenomen, vanwege de grootte en aaneengesloten ligging van dit perceel. Tevens werden verbeteringen aan de toegangsweg en andere kavelaanvaarding gerelateerde punten gevraagd.
Gedeputeerde Staten en de Bestuurscommissie voerden verweer dat het bezwaar deels identiek was aan eerder ingediende zienswijzen en dat de toedeling aan derden op basis van relevante uitgangspunten was gemaakt, waarbij het belang van een actieve landbouwer zwaarder woog. De rechtbank oordeelde dat de toedeling in het definitieve ruilplan, ondanks dat het aantal kavels toenam, voldoet aan de doelstellingen van concentratie en goede ontsluiting. Het Weeshuis kon geen gebruiker aanwijzen voor wie de uitgangspunten van het ruilplan van toepassing zijn, waardoor Gedeputeerde Staten meer speelruimte had bij de toedeling.
De rechtbank verwierp het beroep omdat het onvoldoende was onderbouwd, met name daar het Weeshuis haar bezwaren grotendeels herhaalde zonder nieuwe gronden aan te voeren. Ook waren de gevraagde verbeteringen aan gemeentelijke wegen geen aangelegenheid van de Bestuurscommissie. De proceskosten werden gecompenseerd zodat partijen elk hun eigen kosten dragen.