Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Beslissing op verzoek machtiging
Procesverloop
[X], aangehecht verzoekschrift, met bovenstaand zaaknummer en voorzien van ontvangststempel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Moeder verzocht de kantonrechter om toestemming voor het opheffen van de BEM-clausule die rust op de spaarrekening van haar minderjarige dochter, vanwege een door de gemeente opgelegde verplichting op grond van de Participatiewet. De BEM-clausule beperkt het gebruik van het vermogen van de minderjarige, dat afkomstig is uit een erfenis van haar overleden vader.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 1:392 lid 1 BW Pro ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen tot 21 jaar, ongeacht de behoeftigheid van het kind. De wetgever heeft bepaald dat de financiële situatie van minderjarige kinderen individueel moet worden beoordeeld en dat de kantonrechter maatwerk moet leveren bij het toestaan van gebruik van het vermogen van het kind. In deze zaak is niet in rechte vastgesteld dat de minderjarige onderhoudsplichtig is jegens haar moeder of dat de aan moeder verleende bijstand terecht ten laste van het vermogen van de minderjarige wordt teruggevorderd.
Verder zijn er geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de erfenis van de minderjarige wordt gebruikt ter vervanging van het gezinsinkomen. De vader van de minderjarige maakte ten tijde van zijn overlijden geen deel uit van het gezin en leverde geen bijdrage aan het gezinsinkomen. De kantonrechter wees er op dat moeder het vruchtgenot van het vermogen heeft en zonder machtiging de rente mag gebruiken voor noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Voor incidentele uitgaven kan zij een machtigingsverzoek indienen.
Op basis van deze overwegingen wees de kantonrechter het verzoek af. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de BEM-clausule op de spaarrekening van de minderjarige wordt afgewezen.