ECLI:NL:RBNNE:2021:4567
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplichtigheid witwassen en valse aangifte
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 28 oktober 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan witwassen en het doen van een valse aangifte in september 2016. Verdachte zou zijn bankpas en pincode ter beschikking hebben gesteld aan anderen die daarmee geldbedragen van circa 2250 en 3340 euro witwasten. Daarnaast deed verdachte opzettelijk een valse aangifte over diefstal van zijn bankpas.
De rechtbank achtte de subsidiaire tenlastelegging van medeplichtigheid aan witwassen en de valse aangifte wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd vrijgesproken van de primaire tenlastelegging. De feiten zijn strafbaar en er zijn geen strafuitsluitingsgronden vastgesteld.
Echter, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar tussen het eerste verhoor en de uitspraak, heeft de rechtbank besloten dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Dit volgt uit artikel 9a Sr. Het reclasseringsadvies en justitiële documentatie gaven aan dat het recidiverisico laag is en dat verdachte geen eerdere veroordelingen heeft. De rechtbank concludeerde dat het opleggen van een straf geen redelijk strafdoel meer dient.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en er wordt geen straf opgelegd wegens overschrijding van de redelijke termijn.