Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Uitspraak
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan witwassen in september 2014, doordat hij zijn bankpas en pincode aan anderen ter beschikking stelde die geldbedragen van zijn rekening opnamen. Het witwassen betrof circa 19.422 euro afkomstig van slachtoffers van oplichting.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt omdat zijn bijdrage onvoldoende materieel of intellectueel gewicht had, maar wel medeplichtig was omdat hij bewust de beschikking over zijn bankrekening aan anderen gaf, wetende dat dit zou worden gebruikt voor witwassen.
Hoewel het openbaar ministerie een taakstraf had gevorderd, wees de rechtbank dit af vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en artikel 63 Sr Pro. De rechtbank besloot daarom op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op te leggen.
Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, maar het subsidiair ten laste gelegde werd bewezen verklaard. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte, het reclasseringsadvies en het feit dat het delict zeven jaar geleden plaatsvond.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 28 oktober 2021 in Assen.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan witwassen, maar krijgt geen straf opgelegd wegens overschrijding van de redelijke termijn.