ECLI:NL:RBNNE:2021:4549
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging wegens medeplichtigheid aan witwassen met overschrijding redelijke termijn
Verdachte werd verdacht van medeplichtigheid aan witwassen in augustus 2017 door het ter beschikking stellen van zijn bankpas en pincode aan een ander, waardoor ongeveer 270 euro witgewassen werd via zijn bankrekening. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte bewust heeft bijgedragen aan het witwassen, maar niet als medepleger omdat zijn bijdrage onvoldoende materieel en intellectueel gewicht had.
De rechtbank nam in aanmerking dat verdachte onder vergoeding zijn beschikkingsmacht over zijn rekening afstond en daarmee de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij behulpzaam was bij een financieel delict. Verdachte is strafbaar bevonden, maar de rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn sinds het eerste verhoor in januari 2018.
Gezien de aard van het delict, de persoon van verdachte, zijn omstandigheden en het reclasseringsadvies, besloot de rechtbank dat het opleggen van een straf of maatregel niet meer redelijk was en paste artikel 9a Sr toe, waardoor geen straf werd opgelegd. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld voor het subsidiaire feit van medeplichtigheid aan witwassen zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan witwassen, maar krijgt geen straf opgelegd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.