ECLI:NL:RBNNE:2021:4547
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair ten laste gelegde en toepassing artikel 9a Sr bij medeplichtigheid witwassen
Verdachte werd verdacht van medeplichtigheid aan witwassen door het ter beschikking stellen van zijn bankpas en pincode aan derden in augustus/september 2014. Het openbaar ministerie vorderde een taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak en toepassing van artikel 9a Sr bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde niet bewezen kon worden, maar dat het subsidiair ten laste gelegde, medeplichtigheid aan witwassen, wel wettig en overtuigend was bewezen. Verdachte had bewust zijn bankpas met pincode aan anderen verstrekt, waarmee hij het witwassen faciliteerde.
Gezien de overschrijding van de redelijke termijn sinds het eerste verhoor in februari 2015 en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn gedragsverbetering en reclasseringsadvies, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Sr. Verdachte werd vrijgesproken van het meer of anders ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van primair ten laste gelegde en geen straf opgelegd wegens overschrijding redelijke termijn bij bewezenverklaring medeplichtigheid witwassen.