ECLI:NL:RBNNE:2021:4109

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2021
Publicatiedatum
23 september 2021
Zaaknummer
LEE 21/705
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd wegens ontbreken bezwaar- of beroepsprocedure

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank vroeg verzoeker om een kopie van het bestuursbesluit en het ingediende bezwaarschrift, maar uit de toegezonden stukken bleek niet dat er een bezwaar- of beroepsprocedure tegen een besluit loopt.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat zonder lopende bezwaar- of beroepsprocedure geen bevoegdheid bestaat om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeker heeft geen besluit overgelegd waartegen bezwaar wordt gemaakt, noch een dergelijke procedure genoemd.

Daarom heeft de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaard om op het verzoek in te gaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.J. Bastin op 19 maart 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat niet is gebleken dat er een bezwaar- of beroepsprocedure loopt tegen een bestuursbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 21/705

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 maart 2021 in de zaak van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

Procesverloop

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op 8 maart 2021 heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 8 maart 2021 heeft de rechtbank verzoeker gevraagd een kopie toe te sturen van het besluit waar hij het niet mee eens is en een kopie toe te sturen van het daartegen ingediende bezwaarschrift.
3. Op 9 maart 2021 heeft verzoeker een aantal stukken toegezonden, door de rechtbank op 10 maart 2021 ontvangen.
4. Bij brief van 15 maart 2021 heeft de rechtbank verzoeker geschreven dat de bestuursrechter alleen bevoegd is om een voorlopige voorziening te treffen als er een besluit is van een bestuursorgaan en als hiertegen bezwaar is gemaakt bij het bestuursorgaan of als beroep is ingesteld bij de rechtbank. Omdat uit de toegezonden stukken niet blijkt dat er een bezwaar- of beroepsprocedure loopt tegen een besluit, heeft de rechtbank verzoeker nogmaals verzocht een besluit en een bezwaarschrift toe te zenden.
5. Verzoeker heeft gereageerd op 17 maart 2021 en daarbij zijn beklag gedaan over de bestuursorganen van de provincie Friesland. De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker geen besluit heeft bijgevoegd waartegen een bezwaarprocedure loopt en dat verzoeker een dergelijk besluit ook niet noemt.
6. Het voorgaande betekent dat niet is gebleken dat de voorzieningenrechter bevoegd is om een voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb. Om die reden moet de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaren.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2021.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.