ECLI:NL:RBNNE:2021:384

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
18.132466-20
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs brandstichting en diefstal

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 9 februari 2021 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van brandstichting, diefstal en vernieling op of omstreeks 6 mei 2020 in de gemeente Emmen. Verdachte was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. Het openbaar ministerie vorderde veroordeling voor meerdere feiten, waaronder het opzettelijk in brand steken van een paardenstal en het wegnemen van diverse goederen.

De verdediging voerde aan dat verdachte slechts gedeeltelijk aanwezig was en dat dit onvoldoende was voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelde dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend waren bewezen. Er waren onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte betrokken was bij de brandstichting, diefstal of vernieling. Ook de verklaringen van verdachte en medeverdachte boden geen bewijs voor medeplegen.

De benadeelde partijen hadden vorderingen tot schadevergoeding ingediend, maar de rechtbank verklaarde deze niet-ontvankelijk omdat de feiten niet bewezen waren. De vorderingen kunnen alleen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De kosten van het geding worden door partijen zelf gedragen. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.132466-20
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 februari 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],
wonende [straatnaam], [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 3 november 2020 en 26 januari 2021.
Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen mr. A.L. Rinsma, advocaat te Utrecht,
die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Veenoord, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met benzine, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een paardenstal geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor deze paardenstal en/of het daarin gestald staande paard, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;
2.
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Veenoord, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bosmaaier (inclusief jerrycan met benzine), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Veenoord, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een bosmaaier (inclusief benzinetank en/of brandstof) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,
terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs konden vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
3.
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, diverse rookwaren, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten diverse rookwaren heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs konden vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
4.
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Veenoord en/of Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk meerdere auto's en/of een raam, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s),
te weten aan [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8], althans aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
5.
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (3) fietsen, een krat bier (Hertog Jan) en diverse soorten gereedschap en machines, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 9],
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming
en/of
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Veenoord, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om diverse - zich in de woning bevindende - goederen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 9], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door
middel van braak, verbreking en/of inklimming,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.
hij op of omstreeks 6 mei 2020 te Veenoord, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, diverse dopsleutels, ratels en/of een steenslijper, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 10], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen
goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 en 6.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft op gronden als vermeld in de pleitnota betoogd dat de verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Hoewel verdachte heeft erkend bij een gedeelte van de feiten aanwezig te zijn geweest, is dit onvoldoende voor een strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Het dossier biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte bij de verweten feiten onder 1, 2, 3, 5 en 6 dusdanig betrokken is geweest dat hem die feiten kunnen worden toegerekend.
Verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben verklaard over feit 4. Uit die verklaringen kan naar het oordeel van de rechtbank niet blijken dat de betrokkenheid van verdachte bij de vernielingen dusdanig is geweest dat gesproken kan worden van medeplegen. Het dossier bevat verder geen aanwijzingen die dit oordeel anders maken.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [benadeelde partij 7], tot een bedrag van € 500,-- ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [benadeelde partij 2], tot een bedrag van € 9.061,95 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Op de terechtzitting heeft de benadeelde partij de vordering beperkt tot € 1.270,51.
3. [benadeelde partij 6], tot een bedrag van € 143,51 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
De rechtbank acht de feiten niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partijen zullen daarom niet ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat de vorderingen van de benadeelde partijen
[benadeelde partij 7], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 6]niet-ontvankelijk zijn en dat deze vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.
Bepaalt dat deze benadeelde partijen en verdachte de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van den Steenhoven, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. T.P. Hoekstra, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2021.
Mrs. Eelsing en Hoekstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.