Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2021
[verzoekster] ,
[verweerder] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek en het verweer
De beoordeling
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben hun echtscheiding geregeld in een convenant met alimentatieverplichtingen voor partner en kinderen. Na het faillissement van de onderneming van de man in juni 2015 ontstond een probleemsituatie waarbij de vrouw een management fee ontving uit een door haar opgerichte vennootschap waarin de man werkte.
De vrouw vordert betaling van achterstallige alimentatie van mei 2015 tot oktober 2020, terwijl de man stelt dat het convenant vernietigd moet worden wegens benadeling, misbruik van omstandigheden of wijziging van omstandigheden. De rechtbank verwerpt deze verweren, maar oordeelt dat de vrouw door haar gedragingen het gerechtvaardigd vertrouwen bij de man heeft gewekt dat zij de aanspraken voor de periode tot 14 januari 2019 niet meer zou geldend maken.
De rechtbank wijst het beroep op verjaring af en oordeelt dat vanaf 14 januari 2019 de vrouw weer aanspraak kon maken op betaling. De man wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige alimentatie vanaf die datum, vermeerderd met wettelijke rente, en tot nakoming van toekomstige alimentatieverplichtingen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man is gehouden tot betaling van achterstallige alimentatie vanaf 14 januari 2019 en nakoming van toekomstige verplichtingen; aanspraken daarvoor vooraf zijn verjaard door rechtsverwerking.