Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- de heer [naam voogd] , namens de voogd;
Rechtbank Noord-Nederland
De voogdijinstelling verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor wijziging van het verblijf van een minderjarige die bij pleegouders woont. De pleegouders gaven aan de opvoeding als zwaar te ervaren vanwege de problematiek van de minderjarige, waaronder FASD en sociaal-emotionele ontwikkelingsproblemen. De minderjarige logeert inmiddels in het weekend bij een stichting die hem vanaf 17 juli 2021 een nieuwe woonplek biedt.
Tijdens de zitting gaven de pleegouders aan volledig achter het verzoek te staan en toestemming te verlenen voor de wijziging van het verblijf. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 1:336a BW de toestemming van degenen die de verzorging en opvoeding op zich hebben genomen vereist is voor wijziging van het verblijf, en dat vervangende toestemming alleen nodig is als die toestemming ontbreekt.
Omdat de pleegouders instemmen met de wijziging, is vervangende toestemming niet nodig. De rechtbank concludeerde dat het in het belang van de minderjarige is dat het verblijf wordt gewijzigd en wees het verzoek van de voogd daarom af. De minderjarige kan vanaf 17 juli 2021 bij de stichting gaan wonen.
Uitkomst: Het verzoek tot vervangende toestemming voor wijziging van het verblijf van de minderjarige wordt afgewezen omdat de pleegouders instemmen met de wijziging.