Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 15 november 2019 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een aantal stofjassen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
hij op of omstreeks 18 november 2019 te Groningen [slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem met een potlood, althans een puntig voorwerp in de arm, althans het lichaam te prikken en/of duwen;
Parketnummer 18/186489-20
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
hij op 15 november 2019 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een aantal stofjassen, dat aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft vernield;
hij op 18 november 2019 te Groningen [slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem met een potlood in de arm te prikken;
Parketnummer 18/186489-20
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Parketnummer 18/054138-20
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 272,80 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [naam 3] , tot een bedrag van € 320,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
3. [benadeelde partij] , tot een bedrag van € 439,54 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een jeugddetentie voor de duur van 184 dagen.
120 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 272,80(zegge: tweehonderd tweeënzeventig euro en tachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2020.
[naam 3]in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij]in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.