Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [plaats] , eiser
de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
M. [derde-partij], te [woonplaats] , en
M.F. [derde-partij 2], te [woonplaats 2] ,
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser maakte bezwaar tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank waarin werd vastgesteld dat het Nederlandse socialezekerheidsrecht van toepassing was op werknemers over bepaalde periodes. De primaire besluiten werden op juiste wijze bekendgemaakt, waarna de bezwaartermijn van zes weken aanving. Het bezwaarschrift werd echter ruim na deze termijn ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Eiser stelde dat op de website van verweerder een langere bezwaartermijn van dertien weken zou gelden, maar dit werd niet bevestigd en was onvoldoende onderbouwd. Verweerder had bovendien de eerdere besluiten op bezwaar ingetrokken en nieuwe besluiten genomen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk had verklaard en wees de beroepen van eiser ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 april 2021.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.