Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 18 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming(de Minister).
Procesverloop
Overwegingen
- Is de hoorplicht geschonden?
- Heeft eiseres recht op een aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten in verband met reiskosten voor ziekenbezoek?
- Heeft eiseres recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn?
Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor:
gezamenlijke huishouding” in zekere mate ruim moet worden uitgelegd. [4] In de wetsgeschiedenis is echter geen toelichting gegeven op welke wijze aan het begrip “
bij aanvang van de ziekte of invaliditeit”uitleg moet worden gegeven. [5] Om voor aftrek van reiskosten in verband met ziekenbezoek in aanmerking te komen, was onder de resoluties vereist dat de belastingplichtige ten minste een jaar voorafgaand aan de verpleging een gezamenlijke huishouding voerde met degene die hij bezocht. [6] Onder de Wet IB 1964 is deze ‘jaareis’ weliswaar losgelaten en heeft de wetgever gedurende de behandeling van het wetsvoorstel aangegeven de ‘
kring van verwanten’ aan wie onder het aftrekregime bezoeken kunnen worden gebracht uit willen breiden [7] , maar de rechtbank ziet in de wetsgeschiedenis uiteindelijk onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de wetgever heeft beoogd om – in weerwil van de duidelijke wettekst – de aftrek ook toe te laten voor belastingplichtigen die in het verleden – in het geval van eiseres bijna 20 jaar geleden – een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd met degene die ze bezoeken.