Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
17:17;59 uur: Ik zag dat de man inmiddels een arm om de vrouw heen probeerde te slaan en het lijkt alsof de man met zijn linkerhand de haren van de vrouw vast pakte.
17:18:00: Ik zag dat de man die inmiddels met zijn hand het haar van de vrouw vast hield iets uit zijn rechter jaszak probeerde te halen. Direct hierop zag ik dat de man die nog steeds de vrouw vast hield een voorwerp in zijn rechterhand had en hier met snelheid een stekende beweging mee maakte in de richting van de vrouw. Het voorwerp had de vorm van een mes en was tevens zilverkleurig.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de onder 1 subsidiair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Beslag
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 10.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 550,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.
geldboete ten bedrage van € 200,-(zegge: tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen zakmes.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
1.500,-(zegge: vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2021. Dit bedrag bestaat uit € 1.500,- aan immateriële schade.