ECLI:NL:RBNNE:2021:2001
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake herplantplicht bos na subsidieperiode
Verzoeker, eigenaar van percelen waarop bos was aangeplant met subsidie in 1993, werd door verweerder een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet naleven van de herplantplicht na het vellen van de houtopstand. Verzoeker stelde bezwaar en beroep in tegen deze handhavingsmaatregelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de herplantplicht op grond van artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming onverminderd geldt, ongeacht het bestemmingsplan, omdat deze plicht gebaseerd is op een hogere wettelijke regeling. Tevens is vastgesteld dat de oorspronkelijke subsidievoorwaarden een blijvende instandhouding van het bos vereisten, ook na de periode van twintig jaar waarvoor subsidie werd verleend.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat verzoeker al sinds 2014 op de hoogte is van de herplantplicht, is er geen reden om af te zien van handhaving. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de herplantplicht blijft van kracht.